Logeren bij locals in Indonesie, op familiebezoek in PNG en werken tussen de wallabies in Australie

9 september 2018 - Krambach, Australië

Lieve allemaal, ik kan het blijven zeggen; maar ik geniet enorm van jullie leuke en lieve berichten iedere keer!!

De dagen vullen zich snel en het is nog niet altijd eenvoudig om voldoende tijd te vinden echt even te gaan zitten om mijn blog te updaten en dan moet er ook nog goede Wifi zijn. Ik was dit keer van plan zeker eerder weer een bericht(je) te plaatsen, maar tussendoor werden ook nog mijn laptop en fototoestel gestolen waardoor ik een heel groot deel van mijn dagboek kwijt was.

De laatste keer dat ik schreef was ik in Ubud, in Bali. Ik wist toen niet zo goed hoe verder. Joeke, die ik ken van het werk, appte dat zij een vriend heeft in Jakarta die ze heeft leren kennen toen ze zelf aan het reizen was in 2004. Als ik wilde kon ze hem vragen of hij mij kon rondleiden door Jakarta. Tevens kwam ik bij toeval een reisblog tegen van een Nederlands meisje dat schreef dat ze een aantal dagen bij een lokale familie had gelogeerd op Nusa Penida, een eilandje voor de kust van Bali. Er stond een telefoonummer bij dat je kan gebruiken om contact te zoeken met de familie. Ze hebben geen officiele guesthouse, maar staan er voor open om vaker gasten te ontvangen. Dit leken me beide leuke opties. In ieder geval ben ik te onrustig om in Ubud te blijven.

Ik besluit de volgende dag naar Changgu te vertrekken, een kustplaats. Ik boek een hostel tegen het strand aan voor 2 nachten. Ook app ik met een touroperator die tours regelt naar Mount Batur, een vulkaan in Bali. Zij vertrekken vanaf Ubud, maar ook vanaf Changgu.

De volgende ochtend, op 9 augustus, ga ik per taxi naar Changgu. Ik had veel goede verhalen gelezen over Changgu, maar mij spreekt het minder aan. Ook spreekt het hostel me niet zo aan, hoewel ik niet echt kan zeggen waarom niet. Ik voel me in Changgu niet zo op mijn plek. Ik boek een sunrise trekking naar Mount Batur voor morgenochtend, wat betekent dat ik vannacht om 01.30 opgehaald zal worden. Tevens stuur ik een whatsapp bericht naar Putu, de gastheer van de lokale familie op Nusa Pendia. Ik krijg bericht terug en we spreken af dat ik zaterdag naar de familie toe ga.

Ik probeer nog wat te slapen in het hostel, maar dit lukt hooguit voor 2 uurtjes. In het donker, terwijl ik probeer niemand op de kamer wakker te maken, kleed ik me aan en pak mijn spullen bij elkaar.

Om 01.30 uur stap ik in de auto bij de chauffeur, waar toevallig al 2 Nederlandse meiden in zitten, Prya en Fenna. Het is 1,5 rijden en de chauffeur probeert nieuwe records te breken. Met ingehouden adem zitten we de rit uit. We stoppen bij een soort kantine waar we een bananenpannenkoek krijgen. Hier sluit ook Tony zich nog bij ons aan, een Duits meisje. Het is koud buiten!

We rijden verder naar het startpunt vanaf waar we gaan lopen en ontmoeten onze gids; een klein Indonesisch meisje van 24 jaar.

In 2 uur tijd maken we de klim naar boven. Het is een intensieve wandeling in het pikkendonker met onze zaklampjes waarbij het af en toe echt klimmen en klauteren is. Langzaamaan verdwijnt de duisternis. Wanneer we de top bereiken op 17171 meter hoogte is het al niet echt donker meer. We nemen plaats tegen de helling en wachten tot de zon opkomt. Het is echt heel koud. We krijgen thee en boterhammen met gekookte banaan. Het uitzicht is fantastisch, we kijken uit op Lake Batur, een gigantisch kratermeer en bergen. En dan komt de zon op, ongelooflijk! Ik heb nooit eerder zo’n mooie zonsopkomst gezien, En iedere paar minuten verandert het uitzicht, ik raak er niet op uitgekeken. Ik ben de kou allang vergeten, dit is onvergetelijk!

Na enige tijd dalen we een stukje af naar beneden naar het punt waar we de krater in kunnen kijken. Hier lopen veel aapjes die de gids op mijn schouder lokt met een stukje banaan.

In opnieuw 2 uur dalen we via een andere route af naar beneden en rond half 12 sta ik in het hostel. Ik heb besloten dat ik de tweede nacht niet in het hostel blijf en alvast naar Sanur vertrek waar vandaan de ferry’s naar Nusa Penida vertrekken.

In het hostel zijn ze niet zo behulpzaam. Ik check uit voor de officiele tijd dat je normaal gesproken moet uitchecken, maar mijn tweede nacht wordt desondanks in rekening gebracht en ze kunnen me niet helpen bij het regelen van een taxi. Openbaar vervoer op Bali is echt niet of nauwelijks aanwezig. Ik vraag maar wat rond en bij een beachclub zegt de security dat er niet echt taxi’s zijn, maar dat hij wel iemand kan bellen. En zo zit ik even later in een auto op weg naar Sanur. Ik heb een hotel geboekt tegen de haven aan.

Het is lekker weer een eigen kamer te hebben. Tegen half 3 arriveer ik en ik geniet van een douche want ik ben nog een stofpoppetje van de vulkaanbeklimming. Ik regel een ticket voor de boot van 9.00 uur morgen en ga niet te laat naar bed want afgelopen nacht heb ik een soort van overgeslagen.

De volgende ochtend vaar ik naar Nusa Penida. Ik app Putu dat ik onderweg ben en hij appt terug dat hij mij opwacht in de haven en te herkennen is aan een wit t-shirt en halflang haar. Ik herken hem direct en we stappen samen op zijn scooter opweg naar zijn huis.

Hij woont hoog op het eiland in de bergen en de route naar zijn dorp loopt bijna tot aan het einde langs de kustlijn. Ik zit me te vergapen. Wat een fantastisch gezicht, de knalblauwe zee, palmbomen. Iedere bocht die we maken lijkt het uitzicht mooier te worden. We rijden hoog met de zee in de diepte en een eindeloos uitzicht en dan weer laag waar we de zee bijna kunnen aanraken. Mijn backpack van 19 kg trekt wel gigantisch aan mijn lijf en ik moet mijn buikspieren aanspannen om achterop te blijven zitten.

Het laatste stukje rijden we door smalle gangetjes tussen compounds in, ieder weer met een eigen familietempel. Totdat we bij Putu zijn compound komen, ook met een eigen familietempel! Zoals ik het tijdens de fietstour in Bali heb gezien, is het hier precies hetzelfde. En nu mag ik er verblijven! Putu woont hier met zijn vrouw Lu, zijn zoontje en dochtertje, zijn ouders en een oudtante. Ik krijg zijn slaapkamer, hij slaap deze dagen in een andere ruimte. Het is een prima kamer met een tweepersoonsbed. Er is hier niet echt sprake van een huis, het zijn allemaal geschakelde kamers met een deur naar buiten en een veranda ervoor.Er is geen stromend water, water wordt uit de put gehaald. De wc is een hurktoilet zonder wc papier en dit is meteen ook de ruimte waar je je kunt douchen door emmertjes water over je heen te kieperen.

Putu stuurt me op pad met zijn zoontje Calvin om een rondje te maken door het dorp. De omgeving is erg mooi, super groen en weer een beetje een terug in de tijd gevoel. Langs de kant van de weg lopen kippen en koeien en varkentjes. In 1 van de huisjes in het dorp zit iemand te werken op een weefgetouw.

Putu moet vanmiddag weg en ik ga op pad met Heri, een vriend van hem die geen Engels spreekt, maar me mee wil nemen naar het strand op de scooter. We stoppen bovenaan een klif en Wauw!! Wat een uitzicht!! We kijken uit op een super super mooie baai met knalblauw water en een wit strand. Via een trap die is uitgehouwen uit rotsen maken we een lange afdaling naar beneden.

Het is zo super mooi! Heri stelt voor om aan de andere kant van het strand een trap naar boven te nemen voor nog andere uitzichten. We klimmen omhoog. Een behoorlijke klim! We komen uit bij een heel mooi uitzichtpunt waar ik water voor ons beiden koop en we even zitten om op adem te komen. Daarna lopen we verder naar een aantal geweldige uitzichtpunten. Wat is dit mooi!

Er zijn geen hekjes dus je staat op de rand van een klif en moet echt oppassen dat je niet te dichtbij gaat staan of verkeerd stapt want je kijkt recht te diepte in, naar de diepblauwe zee die ver onder ons ligt.

We brengen de middag door op het strand en bij verschillende viewpoints. Wanneer we terug zijn is Putu ook terug en hij zegt dat ik naar een kinderfeestje kan lopen waar zijn kinderen ook zijn, een eindje verderop. Dit doe ik en even later luister ik naar Indonesische kindjes die liedjes zingen voor Fino en Fina, de jarigen, en eet ik een blauwe taart waarbij het glazuur bijna van je tanden springt.

Wanneer we terug zijn maakt Lu nasi voor me en daarna duik ik het bed in.

Na een ontbijt van thee en koekjes zit ik de volgende morgen al om half 8 op de scooter die ik heb kunnen huren van een vriend van Putu. Putu heeft zijn eigen scooter vandaag nodig om te gaan werken. Ik heb besloten richting de haven te rijden om te kijken of ik daar ergens internet of wifi heb zodat ik op kan zoeken waar ik naartoe wil rijden. Ook wil ik even naar mijn volgende verblijf kijken.

Daar rijd ik, hoog in de bergen met de zee in de diepte onder me. Er is niemand op de weg, ik kom alleen een enkele local tegen op de scooter.

Ik kronkel over bochtige wegen omlaag. De zee sterkt zich voor me uit als een eindeloze blauwe vlakte. De ochtendzond schittert over het water. Ik kan onzettend ver kijken. Ik voel me zo nietig en tegelijkertijd zo ontzettend vrij. Hier rijd ik dan op mijn scootertje als een speldenknopje in het landschap. Het geeft een gelukzalig gevoel hier op mijn eigen tempo rond te tuffen.

Ik kom parallel te rijden aan zee, dan weer hoog dan weer laag. Het is zo geweldig. De kustlijn is opnieuw zo ontzettend mooi. Het water is zo blauw. Af en toe passeer ik kleine dorpjes met de prachtige Hindoe tempels, waarbij ik moet remmen voor de kippen die de weg oversteken, vrouwen die hun stoepjes staan te vegen met hun takkenbezems, spelende kinderen. En iedereen is even vriendelijk. Ik wordt steeds begroet met een glimlach en een ‘Helloooo’.

Ik kom bij een bordje met ‘Goa Giri Putri Temple’. Hier heb ik over gelezen. Ik parkeer de scooter en huur een sarong. Dan beklim ik een lange trap naar boven. Het is ongeveer 8.30 uur ’s morgens. Ik kom boven waar ik begroet wordt door 2 Sikh en er wordt me gevraagd het gastenboek te tekenen. Je kan vrijwillig een donatie doen. Ik ben de tweede bezoeker van vanmorgen.

De Sikh wijst me de ingang aan van de tempel. Ik kijk naar een hele nauwe doorgang, een soort spleet tussen rotsen. Op het eerste gezicht lijkt het alsof ik er niet eens door zal passen. Ik moet met er doorheen laten zakken. Samen met mijn rugtas lukt dit haast niet. Ik wring me er doorheen en laat me naar beneden zakken. Ik kom nu in een kleine open ruimte waar ik gebukt kan staan. Voor me hangt een rotswand met daaronder een spleet. Hier moet ik haast in liggende houding onderdoor kruipen.

Ik kom uit in een enorme grot waar vrijwel geen verlichting is. Het is schemerdonker en doodstil. Het is er warm en vochtig. Het enige geluid dat ik hoor is af en toe een druppel water die naar beneden valt en een kleine echo achterlaat en de roep van een enkele vleermuis. Voetje voor voetje loop ik door de grot, mij bewust van alles om mij heen. Het heeft iets magisch om hier te lopen.

Verderop zijn altaartjes en worden rituelen uitgevoerd. Na een poos in de tempel te hebben doorgebracht rijd ik verder en stop bij een koffietentje met Wifi om mijn volgende accommodatie te boeken.

’s Middags ga ik weer met Heri op pad die me meeneemt naar Crystal Bay, een wit strand, blauwe zee en palmbomen.

Eenmaal terug bij Putu, aan het einde van de dag, zit ik buiten en opeens komt er een local op de scooter aanridjen met achterop de scooter een blanke vrouw. Het blijkt de Zweedse Gaby te zijn. Haar boot was vertraagd waardoor ze veel later dan gepland aan is gekomen op Nusa Penida en ze is nu op zoek naar een gratis slaapplaats voor de nacht. Degene die haar een lift geeft heeft haar meegenomen naar Putu. Hij gaat navraag doen en komt terug om te vertellen dat Putu ‘fully booked’ is. Ik laat weten dat dat waarschijnlijk is omdat ik er ben, maar dat we de kamer en het bed prima kunnen delen.

Ze blijkt een gezellige roommate en we kletsen heel wat af in de korte tijd dat we daar samen zijn. ’s Avonds werken we allebei op bed op onze laptops aan onze reisdagboeken.

De volgende morgen rijd ik achterop de scooter met Putu mee naar de haven. Putu werkt op Nusa Lembongan, een eilandje dat veel kleiner is dan Nusa Penida. Ik wil nog heel graag snorkelen bij Manta Bay. Manta Bay ligt eigenlijk voor de kust van Nusa Penida, maar is ook prima bereikbaar vanaf Nusa Lembongan en het lijkt me leuk om ook dit eilandje nog te zien.

We varen in minder dan 10 minuten naar Nusa Lembongan. Ik sta om 9.00 uur al bij mijn hostel. Het is een heel fijn hostel en de mensen zijn heel vriendelijk. Ik heb 2 nachten geboekt. Ik breng de dag voor een groot deel door aan Dream Beach, een heel mooi strand.

De ochtend erna word ik al om 7.30 uur opgehaald om te gaan snorkelen. Samen met een aantal andere mensen gaan we in een klein bootje de zee op. We stoppen op verschillende mooie snorkelspots, maar ik hoop vooral op Manta’s. En, ik word niet teleurgesteld! Bij Manta Bay hebben we ze al gauw gespot vanaf de boot. Enorme zwarte vlekken onder het wateroppervlak! We springen het water in. De zee is ruig. Het water is niet zo helder door de wilde zee waardoor het even moeite kost de Manta’s ook onder water te vinden, maar een aantal keer zwem ik naast deze reusachtige dieren! Opnieuw een onvergetelijke ervaring!

In de middag huur ik een mountainbike en verken op de fiets het eiland en verschillende baaitjes en strandjes. Het is heerlijk om op het gemakje rond te fietsen en steeds andere weggetjes in te slaan, nieuwsgierig waar ze naartoe leiden.

Ik boek een ticket voor de dag erna naar Jakarta, waar ik de vriend van Joeke zat ontmoeten.

Het is alweer 15 augustus als ik met de ferry terug naar Bali vaar en om 19.00 uur naar Jakarta vlieg waar ik word opgewacht door Deky. Tegen een kleine vergoeding kan ik bij hem thuis logeren, in het huis van zijn moeder.

De woning is centraal gelegen in een klein wijkje, een eindje van een hoofdweg. Om bij Deky te komen lopen we door smalle paadjes met aan beide zeiden huisjes, zo smal dat er net een voetganger of scooter doorheen past. Het geeft iets knus en veel mensen zitten tot ’s avonds laat voor hun huis buiten. Het is warm ’s avonds.

Ik moet even wennen aan de basic omstandigheden bij Deky thuis. Het huis is erg vies. Deky woont hier met zijn moeder, broer en neefje. Mijn kamer is een soort aanbouw en om er te komen loop ik door een heel smal en donker steegje langs het huis naar achteren. Het is zo smal dat mijn backpack tegen de muren schuurt. Ik slaap in een hokje waar een – niet al te schoon – matras op de grond ligt, met een hurk wc en een ‘bucket douche’ gescheiden van de kamer door een half muurtje. Er lopen kakkerlakken over de grond en het is er erg heet. Deky vertelt dat Joeke hier 2 maanden gelogeerd heeft dus ik vind dat ik me zeker niet moet aanstellen, maar ik moet wel weer even schakelen.

Deky haalt de Lonely Planet tevoorschijn die Joeke in 2004 heeft achtergelaten! We bladeren er doorheen en maken plannen voor de dag erna.

De dagen met Deky in Jakarta zijn goed gevuld. Hij neemt me overal mee naartoe; een basisschool, Little Indonesia, monumenten, musea, een enorme moskee, markten, de dierentuin, een boeddhistische en Chinese tempel, terrasjes. Hij heeft een uitgesproken mening over politieke onderwerpen en hij weet erg veel van geschiedenis. We reizen gedurende deze dagen met het openbaar vervoer.

De vader van Deky is een aantal jaren geleden overleden. Daarna is zijn moeder heel slechtzien en slechthorend geworden. Ze ziet en hoort vrijwel niets. Ze betast mij als ze mij ontmoet. Het raakt me. Ik kan mij niet voorstellen hoe het moet zijn om bijna niets te zien en te horen en zo afhankelijk te zijn.

Deky probeert inkomen te verkrijgen uit het ontwerpen van sieraden en andere accessoires door middel van het hergebruiken van materialen. Het lukt hem echter niet echt om zijn ontwerpen verkocht te krijgen voor de prijs die hij in gedachten heeft. Af en toe is er een lasproject waar hij geld mee verdient. Daarnaast koopt hij producten in uit China en probeert deze in Indonesie voor meer geld weer aan de man te brengen.

Hij heeft weinig geld en laat weten dat hij de hoop op een relatie en een gezin aan het opgeven is. Hij is nu 40 en het is in Indonesie belangrijk dat een man voldoende geld heeft om zijn vrouw en gezin te kunnen onderhouden. Ik ben wat verbaasd dat hij zo weining moeite lijkt te doen om aan werk te komen terwijl hij wel zegt dat hij graag een eigen woning zou willen hebben, een relatie, een gezin. Maar, hij is erg afwachtend en weinig pro actief in het zoeken naar manieren om inkomen te verkrijgen. Hij wordt met name onderhouden door zijn moeder.

Charlotte (mijn nicht) heeft laten weten dat we elkaar de 23e kunnen ontmoeten in Port Moresby, de hoofdstad van Papoea-Nieuw-Guinea, en samen door kunnen vliegen naar Goroka, waar zij woont. Dit lijkt me een goed idee, maar dit beperkt mijn tijd in Indonesie.

Ik besluit om op de 17e ’s avonds een hotel te nemen dichtbij het vliegveld van Jakarta. Ik kom daar ’s avonds tegen 23.00 uur aan en zoek een vlucht voor de volgende dag naar Yogjakarta. Dit lukt en ik boek meteen ook accommodatie.

De dag erna vlieg ik naar Yogjakarta waar ik twee nachten blijf en onder andere een bezoek breng aan de Borobudur (Boeddhisische temepel) en Prambanan (grootste Hindoeistische tempel van Indonesie). Ik doe dit door middel van een soort tour waarbij je op 1 dag naar beide tempels wordt gebracht. Er is alleen nog plek op de voorbank van het busje, naast de chauffeur. Achterin zit alles vol. Even later wordt ik vergezeld op de voorbank door de enorm knappe Italiaan Andrea. We trekken deze dag samen op en hij vraagt of ik zin heb ’s avonds samen wat te gaan eten en een cocktail te drinken in het centrum van Yogjakarta. Ik krijg niet iedere dag de kans om te gaan eten met een hele knappe Italiaan en neem de uitnodiging enthousiast aan. We zijn echter pas laat terug na het bezoek aan de tempels en ik wil graag nog een bezoek aan de Bromo vulkaan regelen. Dit gaat allemaal niet zo soepel en ik laat Andrea weten dat ik het niet ga redden om nog naar het centrum te gaan.

Ik wil graag per trein naar Surabaya reizen en vanaf daar een sunrise trekking maken naar Bromo, maar de treintickets zijn uitverkocht. Ik zoek vluchten, maar eigenlijk heb ik even genoeg van het vliegen. Ik ben naar Jakarta gevlogen, 2 dagen later naar Yogjakarta. Ik zou dan 2 dagen later weer naar Surabaya vliegen en weer 2 dagen later naar Papoea-Nieuw-Guinea.

Met behulp van de host van mijn guesthouse vind ik een tour die over land gaat met een busje. Ik zal de volgende dag om 8 uur worden opgehaald.

En inderdaad, ik word om 8 uur opgehaald. Maar, niet door een busje, door een personenauto. Het busje zit vol en daarom hebben ze een extra auto ingezet. In de auto zit de Koreaanse Thi, de Nederlandse Sukru en het Belgische koppel Anke en Arno. We hebben het weer niet getroffen met de chauffeur die een zeer aggresieve rijstlijl heeft en allerlei vreemde manouvres uithaalt op de weg. Daarnaast heeft hij allerlei spasmes en tikken. Ik zit voorin waardoor ik mij voortdurend zit te verbazen over zijn vreemde bewegingen. Zijn vuist slaat geregeld met kracht de lucht in, zijn tong steekt naar buiten, krampachtig hangt hij over zijn stuur heen.. Hij presteert het verschillende keren om, wanneer het rood licht is en er een lange rij auto’s staat te wachten, deze rij auto’s via de tegengestelde rijbaan te passeren om vervolgens door rood te rijden.

Het is een lange rit. We rijden ’s morgens 8.00 uur weg en komen ’s avonds 21.30 uur aan bij ons hostel. Maar, we zijn blij dat we heelhuids gearriveerd zijn. Ik lig op een gedeelde kamer met Thi en Sukru. We hebben 2 tweepersoonsbedden. Gelukkig zijn Thi en Sukru zo netjes om een bed te delen en mij een bed voor mijzelf te geven.

Sukru is Moslim en we hebben een interessant gesprek over zijn geloof en de betekenis ervan voor hem, maar ook de visie hierop vanuit de Westerse wereld. Doordat we lang kletsen gaan we pas slapen tegen 12 uur ’s nachts en om 02.15 gaat de wekker weer.

Om 3.00 worden we opgehaald en rijden we met een jeep naar een viewpoint. Het is ontzettend koud en we worden met de auto afgezet. Het laatste stuk moeten we lopen. We lopen door het donker en zoeken een plekje op 1 van de uitzichtpunten. In de verte zien we stromende lava, heel bijzonder.

In eerste instantie focussen we ons op de zon die opkomt en zien daarna pas dat de Bromo vulkaan aan de andere kant ligt. Langzaam onstaat het zachte ochtendlicht en ontstaan de contouren van de vulkaan. Het is prachtig! De vulkaan ligt in een vallei die bedekt wordt door een sluier van mistflarden en rood kleurt in het licht van de ochtendzon. Uit de vulkaan komen dikke pluimen witte stoom. Het is zo ongelooflijk mooi en met het veranderen van het licht verandert ook steeds het plaatje waar we naar staan te kijken. Ik had nooit kunnen bedenken dat het zo mooi zou zijn en ik blijft foto’s maken. Zo’n beetje honderd foto’s verder keren we terug naar de auto. We gaan nu naar de voet van de vulkaan om deze te beklimmen.

We komen aan in een woestijnachtig landschap en moeten nog een stuk lopen naar de voet van de vulkaan. We klimmen omhoog en staan aan de rand van de krater, wat erg indrukwekkend is. Enorme stoompluimen kruipen omhoog en de krater is zo immens groot!

We ontbijten in het hostel en rijden terug naar Probolinggo, het dichtsbijzijnde dorp. Vanaf daar worden we gesplitst en gaat iedereen naar zijn volgende bestemming. Samen met 2 Nederlanse meiden word ik op een gewone lijnbus gezet naar Surabaya.

Het is een rit van ongeveer 4 uur. Ik zit naast Nynke. We zitten achterin de bus. Er zit verder bijna niemand in dit deel van de bus. Achter ons zit een man waarvan ik in de veronderstellig ben dat hij net onze buskaartjes heeft gecontroleerd en dat hij personeel is van de bus. Hij komt naar Nynke en mij toe en zegt dat hij onze tassen in het bagagevak boven ons zal leggen. Een beetje vermoeid haal ik mijn mobiel en e-reader er nog uit omdat ik het niet handig vind om mijn spullen niet bij mij te hebben maar ik ga er vanuit dat het een regel van de bus is en Nynke heeft haar tas al gegeven.

Al snel valt Nynke in slaap. Ik lees nog een poos en val dan ook in slaap. We worden pas wakker als de bus stilstaat en er naar ons geschreeuwd wordt door het personeel van de bus dat we in Surabaya zijn.

Slaapdronken sta ik op en loop de bus uit. Ik word meteen meegenomn door een taxichauffeur. Ik stap in en open mijn rugtas. Dan ontdek ik dat de hoes van mijn laptop leeg is. Vervolgens zie ik dat mijn fotocamera ook weg is en mijn cashgeld is uit mijn portemonnee gehaald.

Ik stap de taxi weer uit en zie gelukkig Nienke en Saskia verderop nog lopen. Ik roep hen. Nynke checkt haar spullen en ontdekt dat haar mobiel en GoPro camera zijn gestolen. De man waarvan ik dacht dat hij bij de bus hoorde was gewoon een passagier. Hij schijnt al een aantal haltes voor ons te zijn uitgestapt. Hij heeft Saskia nog een hand gegeven toen hij uitstapte.

Altijd had ik mijn laptop en camera bij mij. Bij het beklimmen van de 2 vulkanen zat mijn laptop op mijn rug, fietsen door Bali deed ik met mijn laptop op mijn rug. Geen haar op mijn hoofd die overwoog om mijn laptop buiten mijn gezichtsveld achter te laten, niet op hotelkamers, niet in kluisjes. Altijd had ik hem bij mij. Tot er dat ene moment kwam dat ik niet goed nadacht ..

We doen aangifte bij de politie. Rationeel gezien kan ik bedenken dat het een geluk is dat er met ons zelf niets is gebeurd en dat ik mijn paspoort, creditcard+pinpas, telefoon en e-reader nog heb. Maar, ik vind het vreselijk dat ik vanaf Thailand tot en met nu al mijn foto’s kwijt ben en mijn reisdagboek. Hier ontleen ik zoveel houvast aan. Alle herinneringen in beeld en op papier .. alle details die ik voor mijzelf had opgeschreven .. wat is dit zuur!

Een oudere man van het politiebureau helpt me een taxi te zoeken, herinnert me er nog een paar keer aan dat ik op zijn ex-vriendin lijk en geeft me zijn nummer. Ontredderd kom ik aan bij mijn hotel. Ik moet mijn laatste rabies vaccin nog regelen. Ga naar 2 ziekenhuizen waar ze het vaccin niet voorradig hebben en kom uiteindelijk bij een overheidsziekenhuis waar ik gelukkig alleen voor mijn vaccinatie kom want hier wil je verder echt geen ingrepen laten plaatsvinden! Het zit er vol met muggen, mensen liggen overal in de gangen in bedden, het is druk en chaotisch en alles ziet er heel ouderwets uit.

Verdrietig ga ik slapen die avond.

De volgende dag vlieg ik via Bali en Brisbane naar Port Moresby waar ik de dag erna aankom om daar over te stappen op de vlucht naar Goroka. In Bali vragen ze mij om een uitreisticket waaruit blijkt dat ik Papoea-Nieuw-Guinea weer zal verlaten. Gelukkig ben ik hierop voorbereid en Vino heeft weer een nep ticket gemaakt met een vlucht naar Sydney. De man achter de incheckbalie wil het zien. Ik laat het hem zien en hij begint alles over te schrijven op een kaartje. Ik word er zenuwachtig van. Hij vraagt of ik al een visum heb voor Australie. Voor ik erover na kan denken zeg ik ‘ja’. Vervolgens begint hij te typen en scant mijn paspoort. Hij kijkt fronsend naar zijn scherm. Hij blijft herhaaldelijk mijn paspoort scannen en driftig op zijn toetsen tikken. Ik heb het ontzettend heet. Het is duidelijk dat hij niet kan vinden wat hij zoekt. Hij zegt dat er iets mis is met het systeem en gaat door met zijn pogingen. Ik denk dat hij mijn vlucht aan het zoeken is van PNG naar Sydney en zou in het niets willen oplossen. Het lijkt wel alsof er een half uur verstrijkt. Uiteindelijk vraagt hij weer of ik een visum heb. Ik doe alsof ik zijn vraag de eerste keer niet heb gehoord en antwoord dat ik dit nog niet heb, dat ik dit online wil regelen in PNG. Ik moet het hebben volgens hem zodat ze zeker zijn dat ik vanuit PNG naar Australie kan reizen. Hij kan het ter plaatse voor me regelen. Het lijkt alemaal een eeuwigheid te duren, maar gelukkig komt het in orde en kan ik met mijn nepticket op zak opweg naar PNG.

In Brisbane moet ik weer overstappen. De vlucht van Brisbane naar PNG is geweldig. Ik denk dat we voor een deel over het Great Barrier reef vliegen. Ik voel me alsof ik in een natuurfilm zit, wat ik onder me zie liggen is zo mooi!

Charlotte staat al op me te wachten in POM. We wachten op onze Fokker die ons naar Goroka zal brengen. Een hobbelige vlucht met mooi uitzicht brengt ons in een klein uurtje naar Goroka. Goroka is de hoofdstad van de provincie hier, maar is heel erg klein. Het vliegveld ligt midden in de stad. Het is pas sinds een week dat er een nieuwe landingsbaan geopend is en nu ook grotere vliegtuigen kunnen landen, zoals de Fokker waarmee wij zijn gekomen. Daarvoor kon je er alleen komen met kleinere propellorvliegtuigjes.

Charlotte woont op een compound waar 24 uur per dag security bij het hek staat. Ze heet me welkom in Fort Knox. Haar ramen en deuren zijn allen voorzien van traliewerk.

De compound is mooi en heel erg groen en haar huis is hartstikke gezellig. Het is heerlijk om me weer voor eventjes ergens thuis te voelen. Een eigen kamer met een heerlijk bed, een warme douche, een westers toilet. Ik vind het erg gezellig met Charlotte, we hebben leuke gesprekken.

Ik blijf 1,5 week en in deze tijd doen we enorm veel leuke en interessante dingen. Sporten is een belangrijk deel van haar leven en zo ren ik deze week weer voor het eerst sinds maanden (wat best wat vraagt op 1600 meter hoogte), ik leer quashen en we tennissen.

Charlotte werkt voor Oxfam en er lopen verschillende projecten om het welzijn van mensen te verbeteren. We bezoeken een honingbijenproject, een manier van inkomstenwerving die door lokale boeren steeds meer wordt uitgeoefend onder support van Oxfam. We bezoeken Kelly, een enthousiaste bijenhouder, die ons alles vertelt over het houden van bijen en het proces om tot honing te komen. Toevallig treffen we hier 2 blanke jongens uit de UK en USA die bij Kelly blijken zijn zijn als Workaway’ers! We bezoeken een safe house, Charlotte neemt me mee naar vrienden, ik ga mee naar kantoor om wat research te doen, we gaan naar de markt en in het laatste weekend maken we een tweedaagse trip bij een National Park. We slapen in een heel mooi houten huis dat hoog tegen de berg staat en waarbij we prachtig uitzicht hebben over het dal. We maken een wandeling naar 2500 meter hoogte waarbij we de kans hebben De Bird of Paradise te zien. Het is een hele mooie wandeling en echt klimmen en klauteren door de jungle.

Papoea-Nieuw-Guinea heeft mij echt verrast als het gaat over criminaliteit en geweld. In de highlands, waar Goroka ligt, speelt partnergeweld in 90% van de relaties een rol. We doen vrijwel alles met de auto. Charlotte loopt wel over straat, maar geeft wel aan altijd op haar hoede te zijn. Ze vertelt me talloze verhalen en geeft me verschillende voorbeelden waaruit blijkt dat misbruik, geweld en criminaliteit hier een grote rol spelen. Ook gelooft men nog in hekserij en worden mannen of vrouwen die hiervan verdacht worden nog in het openbaar gemarteld en soms zelfs verbrand.
 

Naar de markt gaan probeert Charlotte meestal samen met iemand te doen omdat je dan minder kwetsbaar bent. Wanneer we een fles wijn gaan kopen aan een soort ‘loket’ blijf ik in de auto bij de tassen. Er staan veel mensen rond het loket. De auto staat op hooguit 3 meter van het loket waar Charlotte staat. Ze doet de auto op slot, maar het alarm van de auto gaat af doordat ik er in zit en ze moet de auto even ontgrendelen. Wanneer ze een paar minuten later terugkomt bij de auto en ontdekt dat die nog van het slot is, schrikt ze. Dit doet me beseffen hoe voorzichtig je hier moet zijn.

Ze heeft andere voorbeelden van een groepje van 3 of 4 mensen dat ging hardlopen door een wat ruiger deel van Goroka en waarbij ze beroofd werden van hun schoenen.

Maar, heftiger zijn de verhalen over wat er plaatsvindt tussen lokale bendes en in families. Ik lees vreselijke verhalen die ik zelf nooit bij elkaar verzonnen had gekregen.

Het is lastig om daar doorheen te blijven kijken en op een gegeven moment zie ik in iedere lokale vrouw of man een slachtoffer of dader.

Opnieuw besef ik dat ik gelukkig mag zijn dat ik in een land ben geboren met een cultuur waarin er veel meer gelijkheid is tussen mannen en vrouwen, hoewel het ook bij ons nog altijd een probleem kan zijn.

Op vrijdag 31 augustus boek ik een vlucht voor zondag 2 september naar Sydney. Ik heb in de buurt van Sydney een workaway adres gevonden.

Zondagochtend vlieg ik van Goroka naar Port Moresby en vervolgens via Brisbane naar Sydney. ’s Morgens om 10 uur vertrekt mijn eerste vlucht en ’s avonds om 20.00 uur kom ik aan in Sydney. Een lange reisdag weer. Ik neem de trein vanaf de luchthaven naar het centrum en ga in het donker en bepakt en bezakt opzoek naar het hostel dat ik heb geboekt. Het duurt even en ik moet even navraag doen, maar gelukkig zijn de mensen in Australie over het algemeen erg behulpzaam en na een tijdje zit ik op de goede weg.

Mijn boeking blijkt geannuleerd omdat ze mijn creditcard niet konden authoriseren, maar er is gelukkig nog een bed vrij. Een hostel op een gedeelde kamer is niet goedkoop in Sydney. Ik betaal er omgerekend 15 euro voor. Voor datzelfde geld heb ik in Thailand een hotelkamer gehad.

De volgende morgen loop ik naar een groot winkelcentrum dichtbij het hostel opzoek naar een andere laptop die ik vrij snel gevonden heb. Het is een verademing na Afrika, India, Thailand, Indonesie en PNG om nu even geen opvallende verschijning te zijn! Even niet ‘de blanke’ en even geen aandacht trekken. Het had niets negatiefs, maar het is wel lekker om even op te gaan in de massa!

Overigens ben ik alleen nog maar in links rijdende landen geweest tot nu toe! Ik ben het rechts rijden straks helemaal ontwend! Toch blijf ik bij het oversteken uit macht der gewoonte de verkeerde kant opkijken.

’s Middags neem ik de trein naar Broadmeadow waar ik 3 uur later arriveer en vanaf daar neem ik de bus van 18.00 naar Krambach ten noorden van Sydney waar ik ’s avonds tegen 20.30 uur arriveer bij de boerderij.

De lijnbus stopt langs de weg waar de boerderij ligt en hier  wordt ik op gewacht door 3 andere Workaway’ers; het Nederlandse koppel Tessa en Roberto en de Slowaakse Ondre.

Normaal gesproken slapen de Workawayers in het huis van Kevin en Sonya, de eigenaren van de boerderij, of in 1 van de caravans op het land, maar het is erg koud om in een caravan te slapen en in het huis was niet genoeg plaats waardoor we nu ons eigen huis hebben een stuk verderop heuvelafwaarts. We verbljven hier samen met Taylor een andere workaway’er uit Canada. Het is leuk om onze eigen plek te hebben. Het is een groot huis met 4 hele grote slaapkamers, een grote keuken en living en een grote veranda met prachtig uitzicht. We zitten midden tussen de heuvels met koeien en paarden en wallaby’s.

Iedere ochtend moeten we om 8.00 uur bij de ‘main house’ zijn. De dag bestaat voor een deel uit wachten totdat we een taak toebedeeld krijgen omdat het allemaal niet zo gestructureerd en planmatig verloopt en het vaak een tijd duurt voordat er bedacht is wat we gaan doen. Maar, er zijn ook momenten dat we hard werken. Het is met name fysiek werk. We beginnen de ochtend met het voeren van de kippen en het rapen van de eieren. Er loopt ook een moederloos kalf rond, super schattig, wit met een zwarte neus en zwarte oren. Ze heet Carla en komt ’s morgens vaak onder aan de veranda van de ‘main house’ staan wachten tot ze flesvoeding krijgt.

We gaan soms het veld in en maken nieuwe omheining of doen reparatiewerkzaamheden. Ik heb al leren heftruckrijden. Ook heeft Sonya ons al een paar keer meegenomen voor een stukje training en uitleg in en over Natural Horsemanship. Sonya is psychologe en afkomstig uit Duitsland. Ze heeft veel ervaring met het trainen van paarden. Ze is even oud als ik en getrouwd met Kevin van 57. Samen hebben ze een vijf weken oude baby.

’s Morgens, als we van ons eigen huis naar de main house rijden met de auto, springen de Wallaby’s weg voor onze auto. De omgeving hier op de boerderij is echt super mooi. Een van de ochtenden keek ik uit het raam en stond er een wallaby met baby in de buidel voor het raam. Dat zijn wel de onvergetelijke momenten!

We lunchen en dineren in de main house en ’s avonds zitten we vaak met zijn 10en aan tafel. Het is een mooie en leuke plek om te zijn en effectief werken we niet zo heel veel uren, maar er is ook weinig echte vrije tijd doordat we vrij veel aan het wachten zijn en dat is tijd waarin je geen ruimte voelt om andere dingen te doen. Ook is het zonder auto niet echt mogelijk om de omgeving buiten de boerderij te zien.

Ik ben hier morgen een week en merk wel dat het opzich prima zou zijn om verder te gaan. Maar, dat is ook het stukje onrust in mijzelf dat steeds weer opzoek is naar iets anders. Er wordt hier gevraagd minimaal 2 weken te blijven om het werk en de boerderij te leren kennen en dat begrijp ik. Gisteren is Ondre vertrokken en morgen vertrekken Tessa, Roberto en Taylor. Ik verhuis dan naar de main house want ik wil niet alleen in het grote huis slapen een eind verderop.

Zondag is de enige vrije dag en dat is vandaag 😊

Geen foto’s dit keer want een deel ben ik kwijt en een deel van wat ik wel heb kan ik pas op mijn laptop zetten als ik een mini USB stekkertje heb aangeschaft. Ik probeer later nog even wat foto’s van afgelopen maand toe te voegen.

Mijn volgende bestemming is nog onbekend. Misschien een stukje Zuidkust van Australie, hoewel het daar nu wel koud is!

Zoals het er nu naar uitziet komt Vino eind september/begin oktober naar Tokyo voor een weekje waar ik erg naar uitkijk!

9 Reacties

  1. Petra Bosch:
    9 september 2018
    Hoi Anne, wat 'n verhaal! Ik heb het met veel plezier en ook met respect gelezen. Wat maak je ontzettend veel mee en wat moet je ongelooflijk veel regelen. Top😘Fijne tijd in Australië nog. Heerlijk dat je Vino binnenkort weer gaat zien. Liefs en een dikke knuffel.
  2. Bita Kakebeeke:
    9 september 2018
    Weer een prachtig verslag!
    Jouw PNG verhaal spreekt ons natuurlijk erg aan. Het was zo leuk Charlot en jou via Skype te spreken.
    Veel plezier in Australië op de boerderij en een gezellige tijd in Tokyo. Liefs Bita en Hans
  3. Paula:
    10 september 2018
    Lieve Mie! En alweer ben ik van mijn stoel gerold bij het lezen van je verslag! In zo'n korte tijd zoveel meemaken, hoe houd je het vol! Al je zintuigen draaien overuren (nou ja, behalve dan in de bus in Indonesië.....) Hoe zul je straks je draai weer kunnen vinden in ons aangeharkte landje! Hier is alles prima, allemaal gezond, ook oma maakt het goed. De scholen zijn hier weer begonnen en voor alle kleinkinderen is het weer spannend in een nieuwe klas!
    Wat heerlijk dat Vino je komt opzoeken! Even iemand waar je wat meer mee kunt bespreken dan met alle passanten, hoewel die natuurlijk ook leuke momenten opleveren.
    Ben je al een beetje over het verlies van je spullen heen? Wat een nare ervaring! En dan die heftige verhalen over Nieuw-Guinea!
    Lieve Mie, pas goed op jezelf en blijf ons verrassen met je boeiende verhalen! Tút, Geert en Paula
  4. Paula:
    10 september 2018
    En wat een prachtige foto:s! Zo herkenbaar! Vooral die "badkamer" , haha!
  5. Eline:
    10 september 2018
    Lieve Anne, wat een ongelooflijk bijzondere reis ben je toch aan het maken. Ik vind het zo leuk om te lezen. En super mooie foto's gemaakt! Saartje zou dehele tijd wow zeggen 😉 heel liefs en dikke knuffel
  6. Leny en Pietl:
    10 september 2018
    An ne ik heb hier echt geen woorden vooral. bewonder ik je had dit nooit achter je
    gezocht maar wat maak je veel mee en wat verrijk je jezelfFijn dat V ino je ook weer eens komt opzoeken hier gaat alles redelijk de jongens van m en m zitten in Breda
    Einde hoven op school De jan een kleinzoon van mijn zus zit opde univerziteit inz Nijmegen geneeskunde.Zorg goedvoor jezelf en hoop je v lug te zien en te horen
    liefs Leny en Piet
  7. Anne:
    11 september 2018
    Ha Annemie!! WAt leuk weer van je te lezen. Wat balen dat je je laptop en camera kwijt bent. Dat gebeurt altijd op van die onbewaakte ogenblikken :-(. Ik kan me zo voorstellen hoe je baalt van die foto's en je verslagen! Maar je bent alweer genoeg nieuwe mooie dingen aan het beleven zo te lezen om weer te fotograferen en te beschrijven. Die vulkanen lijkt me echt super indrukwekkend om te zien. En fijn dat je in Australië even op kan gaan in de massa, ik weet precies hoe moe je soms kan worden van al die aandacht ook al is die nog zo goed bedoeld.
    In de wachttijd op de boerderij maar een beetje 'mindfullness' beoefenen dan ;-). Dan kom je die week nog wel door :-P.
    Wat een fijn vooruitzicht dat je Vino ook weer gaat zien waarschijnlijk over een paar weekjes. Kan me voorstellen dat je daar naar uitkijkt!
    Liefs! Boo ;-)
  8. Jolanda:
    12 september 2018
    Lieve Anne, wat een belevenissen en indrukken, ik lees het met grote nieuwsgierigheid maar ook met respect, dat je het toch allemaal maar doet. Want als ik je nou schrijf dat ik met de trein vanuit Goes naar Antwerpen in m'n eentje al een heel avontuur vind, dan zie ik bij jou al een glimlach verschijnen. Wat leuk dat Vino ook nog komt, doe hem vooral de hartelijke groeten van ons.
    Liefs en groetjes
    Marten en jolanda
  9. Gabrielle:
    21 september 2018
    Lieve An,
    Wat een bijzondere reis ben je toch aan het maken!! Superleuk iedere keer om over jouw avonturen te lezen!! Heerlijk!! Ik ga er hier inmiddels helemaal voor zitten. Heel veel plezier vlg week met Vino!
    X! Gab

Jouw reactie